Taken van de raad

De gemeenteraad is eindverantwoordelijk voor het gemeentelijk bestuur. De raad moet daarom mogelijkheden hebben om te kunnen sturen en controleren. De raad kan zich actief opstellen in alle fasen van het beleidsvormingsproces. De raad heeft budgetrecht, het recht van initiatief, de mogelijkheid om verordeningen te maken, als volksvertegenwoordiger punten op de agenda te zetten en het college te stimuleren en kritisch te volgen. Zo heeft de gemeenteraad invloed op de kaders waarbinnen het college haar taken moet uitvoeren.

Kaderstellen
De raad geeft van tevoren duidelijk aan binnen welke grenzen het college moet opereren. Of geeft richtingen in het beleid bij de behandeling van de begroting. Zodoende kan de raad zich daar in een later stadium op beroepen. Als de kaders zijn gesteld kan het college het beleid gaan maken. Dat is één van de taken van het college. De raad kan over dit beleid beslissen en kijkt daarbij of er mogelijkheden zijn om achteraf te controleren.

Controleren
Als de afspraken met het college helder zijn en de kaders goed zijn opgesteld,  kan de raad de uitvoering ervan goed controleren. Naast kaders die de raad heeft vastgesteld, heeft het college natuurlijk ook te werken met een wettelijk kader. Ook daar ligt controle van de raad. De raad heeft een aantal middelen om te controleren:

  • vragenrecht

  • het recht van interpellatie

  • het recht van onderzoek/enquête

  • het recht op ambtelijke ondersteuning

  • diverse financiële controle-instrumenten

  • rapportages van de lokale rekenkamercommissie

  • recht op informatie vanuit het college.

En natuurlijk controleert een raadslid ook met behulp van de informatie die hij krijgt van de inwoners van zijn gemeente. Hij is immers volksvertegenwoordiger.